Terug naar alle blogs

“Papa, kijk!”
Waar veel volwassenen vooral een slijmerige indringer zien in hun moestuin, ziet mijn zoontje Wick een wonder. En misschien heeft hij daar gewoon gelijk in.
Slakken zijn namelijk veel meer dan ‘ongewenste gasten’. Ze zijn kleine opruimers van de natuur. Ze eten dood plantenmateriaal, helpen voedingsstoffen terugbrengen in de bodem en zijn zelf weer voedsel voor vogels, padden en egels. Zonder slakken raakt een ecosysteem letterlijk uit balans.
En eerlijk: hoe bijzonder zijn ze eigenlijk?
Een slak draagt z’n huis op z’n rug, beweegt op één gespierde voet én heeft een rasptong met duizenden mini-tandjes. Sommige soorten kunnen zelfs beschadigingen aan hun huisje herstellen. Best indrukwekkend voor een dier waar we meestal omheen lopen.
Wat ik mooi vind aan kinderen, is dat zij nog zonder oordeel kunnen kijken. Waar wij denken: “Bah, een slak in de tuin”, denkt Wick: “Wow, wat een bijzonder beest.”
Verwondering ontstaat precies op de plek waar volwassenen gestopt zijn met kijken.
Natuur is meer dan een decor waar we doorheen wandelen; het is een levende wereld waarmee we verbinding kunnen maken en van kunnen leren. Alle kleine, kruipende wondertjes inbegrepen. Onderzoek laat bovendien zien dat contact met natuur kinderen helpt om nieuwsgieriger, creatiever en meer verbonden met hun omgeving op te groeien.
En misschien kunnen wij daar zelf ook iets van leren. Om weer eens echt stil te staan en goed te kijken. Naar hoe een slak beweegt. Hoe zijn ogen op steeltjes de wereld verkennen. Hoe iets wat op het eerste gezicht klein of onbeduidend lijkt, eigenlijk vol leven en intelligentie zit.
Misschien is die verbinding met de natuur niet iets abstracts of groots, maar begint het juist daar: bij aandacht. Bij verwondering. Bij opnieuw leren kijken naar wat er altijd al was.



