Terug naar alle blogs

Je verwacht bij De Nederlandsche Bank (DNB) aan het Frederiksplein misschien een onneembare vesting. Een plek waar mannen in strakke pakken achter dikke muren over cijfers mompelen. Maar als je de expeditieingang binnenrijdt, sta je direct met je poten in de klei – of in dit geval: op een gigantische metalen draaischijf. Dat was ons productiekantoor voor de dag. Een draaischijf bedoeld om vrachtwagens en auto's in de krappe Amsterdamse ruimte te manoeuvreren, functioneerde als basiskamp voor onze podcast-productie. Rauw, functioneel en precies de nuchtere start die je nodig hebt voor een dag vol contrasten.
Ik was hier om de transformatie van dit instituut vast te leggen. DNB is niet langer het gesloten bolwerk van vroeger. Het gebouw van architect Marius Duintjer uit 1968 onderging onder leiding van Mecanoo een stevige verbouwing: van gesloten fort naar openbaar gebouw. Het goud ligt inmiddels in Soesterberg, en wat ooit op afstand moest blijven, is nu juist naar de stad toe getrokken. Terwijl buiten het Amsterdamse verkeer voorbijraast, stap je binnen in een wereld waar beton en glas de strijd hebben verloren van het groen (nou ja, het kan altijd meer, maar er is écht veel aandacht voor…!).
Zodra je de gang inloopt naar de centrale ruimtes, verdwijnt het beeld van de grijze bank. Daar bouwden we de set op: in een groene oase midden in het gebouw, te midden van tropische binnenplanten, grote bomen en palmen. Donker Interieur heeft hier werk geleverd dat verder gaat dan een paar potten met ficussen in de hoek. Voor een filmmaker is dit goud. Je hebt geen kunstmatige belichting nodig om sfeer te creëren; het licht valt door de enorme panoramische ramen en filtert door de bladeren van echte, volwassen bomen die midden in het pand staan.

Biophilic design: geen marketingterm, maar bittere noodzaak
We horen vaak over 'biophilic design' – het naar binnen halen van de natuur om het welzijn te verbeteren. Vaak blijft dat bij een mooie tekst in een brochure, maar hier bij DNB voel je dat het werkt. De bank heeft gekozen voor een rigoureuze aanpak. Het oude gebouw is niet gesloopt, maar gestript en opnieuw opgebouwd met respect voor wat er al was, gecombineerd met wat we nu weten over een gezonde werkomgeving.
De binnentuin en het grasdak zijn geen versiering. Ze vormen de longen van het gebouw. Als je daar rondloopt met een camera, zie je hoe mensen opbloeien. Het is een wereld van verschil of je naar een strakke witte muur staart of dat je, terwijl je een ingewikkelde berekening maakt, uitkijkt op het groen van Amsterdam en de bomen binnen in de hal. Die verbinding met de buitenwereld is essentieel. Bij Grond voor Glans geloof ik er heilig in dat projecten pas echt gaan glanzen als de balans tussen ecologie en menselijke activiteit klopt. Bij DNB hebben ze dat begrepen.

Van kluis naar publieke ruimte
Het mooiste symbool van deze verandering is de kluis. Vroeger de meest beveiligde, donkere plek van Nederland, nu opengezaagd en omgebouwd tot publieke expositieruimte: De Nieuwe Schatkamer. Dat is geen detail, maar de kern van het verhaal. Waar vroeger goud lag, lopen nu bezoekers rond. Het goud zelf ligt inmiddels in Soesterberg. Tijdens de draaidag kreeg ik een rondleiding en zag ik hoe de bank zich letterlijk openstelt voor de stad. In plaats van afgesloten macht vind je er nu kennis, interactie en een plek waar studenten en publiek gewoon welkom zijn.
Het viel me op hoeveel jonge mensen er rondliepen. Geen stoffig imago, maar studenten die er werken, leren en rondkijken. Dat past bij het nieuwe karakter: transparant en toegankelijk. Het bolwerk is geslecht. De bank is niet meer alleen van de bankiers, maar van de maatschappij. Dat klinkt misschien groots, maar in de praktijk is het heel nuchter: het is gewoon een plek waar mensen zich welkom voelen. De medewerkers die we tegenkwamen waren zonder uitzondering vriendelijk en behulpzaam. Geen barrières, maar een sfeer van 'hoe kunnen we dit samen fixen'.

Kunst met de wortels in de natuur
Wat de transformatie afmaakt, is de kunst in het gebouw. Veel werken zijn direct geïnspireerd op de natuur. Het versterkt het organische gevoel van de architectuur. Je ziet materialen terugkomen die eerlijk zijn: hout van Amsterdamse populieren in de plafonds, gerecycled PET-vilt en natuurlijk die overdaad aan planten. Juist dat contrast werkt sterk: het rauwe beton van Duintjers oorspronkelijke gebouw is blijven staan, maar krijgt nu tegenwicht van warme materialen zoals FSC-hout en PET-vilt. Daardoor voelt het niet als een glad nieuw interieur, maar als een gebouw met littekens én lucht. Het is een integraal onderdeel van de werkwijze die ik zelf ook hanteer: kijken naar wat er is, de waarde daarvan inzien en dat gebruiken om iets nieuws en betekenisvols neer te zetten.
De renovatie door Mecanoo heeft ervoor gezorgd dat het gebouw niet alleen duurzaam is op papier (met die BREEAM Outstanding en WELL Platinum certificeringen), maar dat het ook zo voelt. Dat zie je niet alleen binnen, maar ook buiten. Het oude Frederiksplein is meegetrokken in die omslag en veranderd in Frederikspark: minder stenig, meer ademruimte, meer contact met groen. Het is tastbaar. Je ruikt de planten, je voelt de ruimte en je ziet de seizoenen buiten veranderen door de panoramische ruiten. Alles in dat gebouw ademt nu openheid en natuurverbinding.

De dag in de klei
Voor aflevering 4 van onze podcast Natuurlijk! voerde ik een bevlogen gesprek met Manuela Grubešić van Donker Interieur in precies dé setting waar ze in haar werk oprecht het meest trots op is. Volg onze podcast als je benieuwd bent naar wat we besproken hebben:
https://open.spotify.com/show/1YViayuqpVl5Z3bzbRXRm3?si=jbmaDvZxR8O7DdgV21Mxgw
Aan het eind van de draaidag stonden we weer beneden bij de draaischijf in de expeditie om de geschoten data te exporteren. Daarna gingen onze spullen in de auto, klaar om de stad weer in te rijden. Het was een dag van uitersten. Van de rauwe, logistieke onderbuik van de bank naar de serene, groene hoogten van de kantoortuinen.
Wat me bijblijft, is dat een instituut als DNB de ballen heeft om dit te doen. Om niet te kiezen voor de makkelijke weg van nieuwbouw buiten de stad, maar om te blijven op de plek waar ze horen: in het hart van Amsterdam, maar dan wel met de deuren en ramen wijd open. Het is een voorbeeld van hoe we met onze bestaande grond en gebouwen moeten omgaan. Niet slopen, maar transformeren. Niet afsluiten, maar verbinden.
Bij Grond voor Glans werk ik dagelijks aan het zichtbaar maken van dit soort regeneratieve projecten. Of het nu gaat om natuurherstel in de polder of een groene revolutie in een bankgebouw aan het Frederiksplein; het verhaal moet verteld worden. Verhalen die laten zien dat het anders kan. Dat we economie en ecologie niet als vijanden hoeven te zien, maar dat ze samen in één gebouw kunnen wonen.

Aan de slag
Heb jij een project dat ook zo’n transformatie ondergaat? Een initiatief dat de verbinding zoekt tussen de praktijk en een duurzame toekomst? Ik help je graag om dat verhaal rauw en eerlijk in beeld te brengen. Geen opgepoetst marketingpraatje, maar de realiteit van hoe we bouwen aan een wereld die weer ademt. Neem gerust contact op via mijn contactpagina of bekijk meer van mijn portfolio om te zien hoe we samen iets moois kunnen realiseren.
Laten we die draaischijf in beweging brengen.



