Terug naar alle blogs

Iedereen evenveel vervuilen? De footprint allowance die niemand durft in te voeren

Iedereen evenveel vervuilen? De footprint allowance die niemand durft in te voeren

Laatst zat ik te kijken naar een specifieke auto uit China. Achterin bijna een lounge. Een gigantisch scherm dat uit het dak zakt. Overal displays, luxe en techniek. Gewoon een rijdende bioscoop. En ja, knap gemaakt misschien, maar mijn eerste reactie is toch vooral: dit is toch compleet belachelijk?! Niet omdat techniek op zichzelf fout is, maar omdat dit precies laat zien hoe absurd onze footprint kan worden als comfort, status en vermaak geen grens meer kennen. Terwijl ik bezig ben met natuurherstelprojecten en duurzaamheid, worden elders machines gebouwd die nog meer grondstoffen, energie en uitstoot leveren met iets wat in de kern ronduit overbodige luxe is.

Juist dat wringt zo met de stikstofcrisis hier in Nederland. Wij bakkeleien tot op de vierkante meter over ruimte, uitstoot en vergunningen, terwijl elders in de wereld de lat voor luxe blijkbaar nog altijd hoger en hoger kan. Dan gaat het dus niet alleen over techniek of marktwerking, maar over de veel hardere vraag wat de aarde überhaupt nog kan dragen. Als we serieus willen leven naar de draagkracht van mens en aarde, dan moet je dit soort excessen ook gewoon durven benoemen voor wat ze zijn: een absurde footprint verpakt als technologische vooruitgang.

Precies deze week was er weer een verhit stikstofdebat in de Tweede Kamer. De aanleiding voor mij om hier verder over door te denken was een LinkedIn-post van Laura Bromet (met wie ik in 2023 nog bomen oogstte tijdens de Politieke Verplantdagen in Rosmalen), geplaatst op 1 juli na dat debat. Haar woorden waren kort: ‘wat een dag’. En dat was het blijkbaar ook. De publieke tribune zat vol boze boeren, zij werd aangevallen als ‘boerenhater’ en de voorzitter moest ingrijpen. Dat is precies wat me raakt aan die hele stikstofcrisis: iedereen wijst naar elkaar, iedereen verdedigt zijn eigen plek, maar de fundamentele vraag blijft liggen. Wie mag eigenlijk hoeveel van onze gedeelde atmosfeer gebruiken?

De footprint allowance achter de stikstofcrisis

Daar kwam het idee van een footprint allowance bij mij op. Want de stikstofcrisis gaat niet alleen over stikstof. Het gaat over verdeling. De ene sector moet inleveren, de andere mag doorgroeien omdat die economisch belangrijker zou zijn. Boeren moeten stoppen, terwijl elders uitbreiding nog gewoon op tafel ligt. Dan heb je het dus niet meer alleen over uitstoot of vervuiling, maar over wie de ruimte krijgt en wie niet.

Als je het helemaal plat slaat, zou er eigenlijk een footprint allowance moeten komen die voor ieder mens op aarde gelijk is. Niet omdat dat lekker eenvoudig is, maar omdat de grondvraag eerlijk is. De rijkste 1% vervuilt het meest uit luxe. De armsten zitten vaak vast in vervuilende keuzes omdat ze simpelweg geen geld hebben voor schonere alternatieven. In mijn werk zie ik dagelijks hoe we prachtige duurzame initiatieven te realiseren, maar ook hoe scheef het systeem  gegroeid is. We praten eindeloos over techniek, regels en uitzonderingen, maar veel minder over een eerlijke verdeling en de draagkracht van de aarde.

Leven naar de draagkracht van mens en aarde

Ik legde het ook even voor aan ChatGPT, maar wat vooral bleef hangen sloot eigenlijk aan bij iets wat ik vaker hoor in de podcast Leven na de Groei: leven naar de draagkracht van mens en aarde. Dat is volgens mij precies waar dit over gaat. Niet over wie het hardst roept, of welke sector het meeste oplevert, maar over de simpele vraag hoeveel ruimte er eigenlijk is en hoe we die eerlijk verdelen.

Als je daar nuchter naar kijkt, zie je meteen hoe scheef het nu is. Een klein deel (de rijkste 1%) van de wereld leeft groot, vliegt veel, woont groot, koopt veel en stoot daarmee ook veel meer uit. Ondertussen zijn er miljarden mensen die juist vervuilende keuzes maken omdat ze geen alternatief hebben. Niet uit luxe, maar uit noodzaak. Daar zit voor mij een harde kern van ongelijkheid. Een footprint allowance voelt dan logisch: niet omdat het makkelijk is, maar omdat het uitgaat van hetzelfde vertrekpunt voor iedereen.

Tegelijk snap ik ook meteen waarom dit schuurt. Zodra je zo’n gelijk budget serieus neemt, loop je vast op de praktijk. Hoe ga je meten wat iemands echte uitstoot is? Tel je alleen brandstof en stroom mee, of ook spullen, eten, vakanties en alles wat ergens anders voor jou geproduceerd wordt? En hoe voorkom je dat het een ‘Big-Brother’-controlesysteem wordt waar niemand op zit te wachten? Iemand op het platteland leeft nou eenmaal anders dan iemand in de stad. Niet alles laat zich vangen in één rechte lijn.

Daarom bleef ik ook hangen bij die nuance rond China. We kijken vaak naar wat daar uit fabrieken rolt en wijzen dan naar hun uitstoot. Maar een groot deel van die spullen wordt hier gekocht en gebruikt. Dan kun je dus niet alleen naar de plek van productie kijken. Dan moet je ook kijken naar consumptie. Anders schuiven we de vervuiling gewoon weg uit beeld en doen we alsof die niet van ons is.

Misschien is dat ook waarom ik denk dat de uitweg niet in één groot systeem zit, maar in een combinatie. Minder ruimte voor luxe-uitstoot. Duidelijke grenzen voor bedrijven en sectoren. Schonere keuzes bereikbaar maken voor gewone mensen. En misschien meer inzicht in wat we werkelijk gebruiken, zonder dat alles meteen in een persoonlijk paspoort of afrekensysteem belandt. Als we echt willen leven naar de draagkracht van mens en aarde, dan moeten we dus niet alleen minder gebruiken, maar ook eerlijker verdelen.

Reflectie: wat die 'wat een dag' post bij me losmaakte

Toen ik die post van Bromet zag, dacht ik vooral: zij zat daar middenin die Kamer, in die spanning en die emotie, en alsnog blijft het debat vaak hangen in de vraag wie gelijk heeft en wie moet inleveren. Dat is precies waarom dit me niet loslaat. De echte vraag zit dieper. Hoe verdelen we een schaars mondiaal klimaatbudget op een eerlijke manier?

Juist dat idee van leven naar de draagkracht van mens en aarde bevestigde voor mij dat die gedachte helemaal niet zo radicaal is als ze misschien klinkt. Maar ook dat het in de praktijk meteen ingewikkeld wordt. Zodra je van principe naar beleid gaat, sta je met je laarzen vast in de modder. Wie meet wat? Wie levert in? Wie geniet uitzonderingen? En wie bepaalt dat? De stikstofcrisis is daar een pijnlijk helder voorbeeld van. We hebben al moeite om in één land de ruimte eerlijk te verdelen, laat staan wereldwijd.

Regeneratieve systemen en duurzaam ondernemen als praktische route

Juist daarom geloof ik niet in één wonderoplossing. Wat mij betreft zit de richting eerder in een combinatie van systemen: strengere regels waar dat nodig is, minder ruimte voor luxe-uitstoot, meer eerlijkheid in wat we van elkaar vragen, en tegelijk bouwen aan regeneratieve systemen die de druk op bodem, lucht en landschap echt verlagen.

Dat is voor mij geen abstract verhaal. Dat zit in regeneratieve landbouw, in het planten van bomen of ondernemen met Paulownia, in biodiversiteit herstellen, in circulair met groen en in duurzaam ondernemen dat niet alleen op papier klopt maar ook in de praktijk. Daar kun je tenminste iets vastpakken.

Ik blijf dus benieuwd naar die footprint allowance als denkmodel, juist omdat het de scheve verdeling blootlegt. Maar uiteindelijk wil ik vooral dat we eerlijker leren kijken naar wat we van de aarde vragen en wat we van elkaar vragen. Wat denk jij? Hoe verdelen we die ruimte zonder weer in een loopgraaf van schuld en verwijt te belanden? Kijk vooral ook eens naar de projecten van Grond voor Glans als je wilt zien hoe ik in de praktijk bezig ben.

Wil jij ook aan de slag met een project dat de aarde weer glans geeft? Neem contact op en laten we samen kijken hoe we jouw duurzame initiatief kunnen realiseren en zichtbaar maken.